De menstruatiecyclus beïnvloedt lichaam en geest. Wat meer bewustzijn kan geen kwaad

De menstruatiecyclus heeft meer invloed op de gemoedstoestand van vrouwen dan we voorheen dachten. Experts bepleiten meer bewustzijn van de mentale én fysieke gevolgen van hormoonschommelingen.

Er zijn culturen waar menstruerende vrouwen worden verbannen. Weg uit de gemeenschap, omdat anders het deeg niet zou willen rijzen, het vlees zou bederven en de melk en de mayonaise zouden klonteren.

Ook in Nederland is nog iets van dat idee over. De menstruatie is een ongemak waarover je liever niet te veel praat. Het bloeden is nog altijd met schaamte omgeven.

Tot voor kort, althans, want de menstruatiecyclus lijkt uit het verdomhoekje te komen. Ineens hoor je over boeken als De cyclus strategie, waarin de Engelse ‘gezondheidsexpert’ Maisie Hill de lezeressen ervan probeert te doordringen hoe fantastisch hun cyclus is. In Nederland heb je journalist Daan Borrel, die haar menstruatiecyclus bijhield op Instagram, inclusief afscheiding en bloed in de wc. Daarnaast is er is een ruime keuze uit apps om je cyclus en daarbij horende verschijnselen bij te houden.

Volgens het (erbarmelijk in het Nederlands vertaalde) boek van Hill zouden ‘menstrueerders’ hun voordeel moeten doen met hun hormonale schommelingen. Ze trekt een vergelijking met de seizoenen. De menstruatie is dan de winter: een goede tijd om de blik naar binnen te richten en te kijken wat je écht wilt in het leven.

Beyoncéhormoon

Daarna neemt met het verstrijken van de dagen het hormoon oestrogeen langzaam toe, zodat er een eicel rijpt in de follikels in de eierstokken. Hill doopt oestrogeen het Beyoncéhormoon: hoe meer je ervan in je bloed hebt, hoe vrolijker, zelfverzekerder en aantrekkelijker je je voelt. Alles voor de voortplanting, uiteraard. Die gevoelens worden nog eens versterkt door het testosteron, dat piekt vlak voor de ovulatie. Hill noemt deze periode de lente. Volgens haar barsten vrouwen in deze weken van de ideeën en hebben ze overal energie voor.

Vervolgens verandert de follikel in het gele lichaam, dat nog een tijdje aanwezig blijft in de eierstok. Het produceert progesteron. Dat hormoon zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur omhooggaat, en dat de baarmoeder zich klaarmaakt voor de innesteling van een bevruchte eicel. De zomer gaat over in de herfst. Op dat moment keren vrouwen zich meer naar binnen, en zijn ze kritischer op zichzelf en op de buitenwereld.

Hebben hormonen werkelijk zo’n diepgaande invloed op hoe vrouwen zich voelen? En wordt dat te veel genegeerd in westerse maatschappijen?

PMS

Volgens Anne Marieke Doornweerd, die aan de Universiteit Utrecht promoveert op de effecten van hormonen (en de pil) op depressies en angsten, hebben oestrogeen en progesteron inderdaad invloed op de stemming. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij vrouwen met premenstrueel syndroom (PMS, red.)’, zegt ze. ‘Zij voelen zich in de week voor de menstruatie futloos, depressief of angstig. Dat hangt samen met de afname van progesteron op dat moment. Het laat zien: die hormonen doen iets.’

Hersenscans tonen aan dat de geslachtshormonen iets in de hersenen teweegbrengen. ‘Vrouwen schrikken als ik dat zeg’, vertelt Doornweerd. ‘Toch is het zo. Hormonen kun je zien als een soort sleutels, die passen ook op bepaalde hersengebieden. Zo zie je dat het hersengebied dat verantwoordelijk is voor emotionele herinneringen veranderingen ondergaat onder invloed van het progesterongehalte.’

De vraag is: geldt dat voor alle vrouwen, de meeste, sommige? Dat is lastig te zeggen, vindt Doornweerd, want het is niet onderzocht. Toch denkt ze dat het goed zou zijn als vrouwen zich bewuster zouden zijn van hun cyclus. ‘Dan is het niet iets wat je overkomt, maar weet je wat je kunt verwachten.’

Vaker hartkloppingen

Vrouwelijke hormonen hebben niet alleen een geestelijk, maar ook een lichamelijk effect. Dat is het onderzoeksterrein van Jeanine Roeters van Lennep, vasculair internist bij het Erasmus MC in Rotterdam. Zij ontdekte dat vrouwen rond de menstruatie vaker last hebben van hartkloppingen en pijn op de borst dan op andere momenten in hun cyclus. Op dat moment is de concentratie progesteron en oestrogeen in het bloed laag.

Het is een ‘biologisch plausibel’ fenomeen, legt Roeters van Lennep uit. ‘Hormonen hebben invloed op alles in je lichaam. Ook op je hartcellen of de cellen in de binnenbekleding van je bloedvaten. Daarom is het niet vreemd dat er een samenhang is tussen de menstruatiecyclus en hartklachten.’

Van astma- en migraineaanvallen was al langer bekend dat ze vaker voorkomen rond de menstruatie. ‘Het zou goed zijn als vrouwen hierop letten’, denkt ook Roeters van Lennep. Het kan immers ook uitmaken voor de behandeling die vrouwen krijgen.

En als je geen gezondheidsklachten hebt? Dan wacht je gewoon rustig het moment af dat het Beyoncéhormoon je leven weer laat bruisen.

Medicatie bij ADHD (15 nov 2018)

A closer look into AD(H)D

‘We begonnen het normaal te vinden dat leerlingen zich misdroegen’

Leerkrachten, docenten en hoogleraren over de leerling die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: voormalig vso-leerkracht Ronald Heidanus (41) over Willem, bij wie hij alleen zag wat niet goed ging.

‘‘Ik ben toch maar iedereen tot last.’ Zo besloot Willem zijn afscheidsbrief, die gevonden werd nadat hij zich een paar jaar geleden van het leven had beroofd. Bij zijn uitvaart las iemand hem voor. Zijn woorden grepen me enorm aan. Had ik als docent bijgedragen aan dat gevoel?

‘Willem kwam op zijn 16de bij mij in de klas, nadat hij al flink wat scholen had versleten. Een tengere, atletische jongen. En behoorlijk zelfstandig. Waar veel leerlingen op het voortgezet speciaal onderwijs met een busje van het leerlingenvervoer komen, reisde hij per trein en bus van het gezinsvervangend tehuis waar hij woonde naar de school in Den Bosch, een skateboard onder zijn arm.

‘We hadden leuke gesprekken over muziek. Maar zodra het over school ging, over de lessen, over leren, dan ontstond strijd. Willem zat altijd onderuitgezakt. Zei je daar iets van, of probeerde je hem bij de les te betrekken, dan bood hij weerstand. Hij schreeuwde, smeet spullen van tafel, trapte zijn stoel achteruit. Een oppositionele gedragsstoornis, zou je kunnen zeggen. De artsen spraken over autisme.

‘Volgens de protocollen moesten we hem bij zo’n uitbarsting fixeren, omdat de veiligheid van andere leerlingen in het geding was. Dan pak je een kind bij de pols en probeert hem naar de gang te brengen. Lukt dat niet, dan draai je de arm, waarmee je een pijnprikkel kunt afgeven. In het uiterste geval leg je een leerling op de grond. Eén collega bovenop, een ander houdt de voeten vast. Vaak is er nog een derde bij, die praat. Bij Willem gebeurde dat ongeveer eens per week.

‘Die laatste uitbarsting voelde ik aankomen. Ik had een collega gevraagd op de gang te blijven wachten. En jawel hoor, daar vlogen de spullen door het lokaal. We fixeerden hem en ondertussen probeerde ik tot hem door te dringen. Hij zei dat hij nooit meer naar school zou komen. Ik wist dat hij het meende.

‘In de jaren daarna zag ik hem geregeld bij de skatebaan. Hij vertelde me dat hij weg was uit het tehuis, dat hij bij krakers woonde en kinderen leerde skaten. Met het geld dat hij daarmee verdiende, had hij een Amica 1250 gekocht, zo’n invalidewagentje. Zo zie je maar, dacht ik. Uiteindelijk komt het altijd goed.

‘En toen stapte hij uit het leven. Ik schrok me te pletter, helemaal toen ik hoorde wat hij in zijn afscheidsbrief had geschreven. Overmand door een licht schuldgevoel zocht ik in de administratie van de school terug wat ik drie jaar eerder over hem had geschreven. Het bleek vooral negatief. Hij kon geen gesprek aangaan, ging snel in discussie, lette niet op, vroeg nooit hulp. Nergens schreef ik hoe we daaraan gingen werken. Of over de kwaliteiten die hij wel bezat.

‘Dat lag ook aan de cultuur op school. We waren gewend geraakt aan oppositioneel gedrag van leerlingen. Er waren afspraken hoe erop te reageren. Een time-out, fixeren. We begonnen het normaal te vinden dat leerlingen zich misdroegen, en vroegen ons te weinig af wat erachter zat.

‘Willem was een keileuk manneke, maar wel een met een flinke gebruiksaanwijzing. Alleen kenden we die niet, omdat we niet voldoende ons best deden. Achteraf bezien had ik vaker voor de school moeten staan, als hij met zijn skateboard arriveerde. Ik had hem moeten vragen hoe hij had geslapen, of hij ontbeten had. Sommige leerlingen hebben wat extra aandacht nodig.

‘Of misschien hadden we hem zelf die gebruiksaanwijzing moeten laten schrijven. Ja, dat zou best een mooi idee zijn. Laat leerlingen als Willem noteren waar ze niet tegen kunnen, wat ze nodig hebben en hoe ze graag behandeld worden. Bij wiskunde zit ik graag alleen. Vragen stellen vind ik moeilijk. Ik word boos als mensen te dichtbij komen.

‘Met zo’n gebruiksaanwijzing had ik waarschijnlijk beter begrepen wie hij was. Of we er ook zijn vertrek mee hadden kunnen voorkomen, weet ik niet. Maar het had zeker een remmend effect gehad.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij de crisislijn van 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.

Bron: https://www.volkskrant.nl/mensen/we-begonnen-het-normaal-te-vinden-dat-leerlingen-zich-misdroegen~b3c1fe2f/